Nederlands leren

Belgisch Nederlands: woorden die in Antwerpen anders zijn

Het Nederlands is een taal met meerdere varianten. Wie in Antwerpen woont, merkt al snel dat sommige woorden anders zijn dan in materiaal uit Nederland, en dat mensen op straat anders praten dan in het lesboek.

Standaardtaal met een Belgische kleur

Het standaard Nederlands in België en in Nederland is grotendeels hetzelfde: dezelfde grammatica, dezelfde spelling en bijna dezelfde woordenschat. Daarnaast bestaan er woorden die in België gewoon zijn en in Nederland niet, of omgekeerd. Die Belgische woorden zijn geen fouten; veel ervan zijn erkend als standaardtaal in België.

Belgisch en Nederlands naast elkaar

de gsm
de mobiele telefoon (in Nederland: mobiel)
de voormiddag
de ochtend tot de middag
de beenhouwer
de slager
de frigo
de koelkast
het gemeentehuis, het districtshuis
het gemeentekantoor
de camion
de vrachtwagen
de job
de baan, het werk
de kot
de studentenkamer
proper
schoon (niet vuil)
plezant
leuk, aangenaam

Sommige van die woorden zijn informeel, andere zijn gewoon standaardtaal in België. Beenhouwer en voormiddag staan zonder problemen in een Vlaamse krant; frigo en camion zijn eerder spreektaal. In een cursus in Antwerpen worden de Belgische woorden meestal ook aangeleerd, omdat ze in het dagelijks leven nodig zijn.

Tussentaal

Veel Vlamingen spreken in informele situaties een tussentaal: een vorm tussen het standaard Nederlands en het dialect. Typische kenmerken zijn ge en gij in plaats van de standaardvormen, het weglaten van de t aan het eind van woorden als niet en dat, en verkleinwoorden op -ke, zoals een pintje of een briefke. Op het werk, bij vrienden en in Vlaamse televisieseries is tussentaal overal te horen.

Voor een cursist is het nuttig om tussentaal te verstaan, maar het is niet nodig om ze te spreken. Standaard Nederlands wordt overal begrepen en gewaardeerd. Wie de tussentaal toch overneemt, doet dat best pas als het standaard Nederlands stevig zit.

Het Antwerpse dialect

Het Antwerps is een van de bekendste dialecten van Vlaanderen. Het valt op door een eigen uitspraak van klinkers en door woorden die buiten de stad weinig gebruikt worden. Veel Antwerpenaren schakelen moeiteloos tussen dialect, tussentaal en standaardtaal, afhankelijk van het gezelschap. Tegen iemand die Nederlands leert, praten de meesten vanzelf meer standaardtaal.

Aanspreekvormen

Het Nederlands heeft een beleefde en een informele aanspreekvorm. In Vlaanderen wordt de beleefde vorm vaker en langer gebruikt dan in Nederland, bijvoorbeeld tegen oudere mensen, in winkels en bij de overheid. Daarnaast bestaan in de spreektaal de vormen ge en gij, die in het standaard Nederlands niet gebruikt worden. Een eenvoudige regel voor nieuwkomers: begin beleefd, en schakel over op de informele vorm als de ander dat ook doet.

Uitdrukkingen die vaak vallen

  • Het is in orde. Het is geregeld, het is goed.
  • Tot straks. Tot later vandaag.
  • Allee. Tussenwerpsel dat aanmoediging, verbazing of een afsluiting kan uitdrukken, afhankelijk van de toon.
  • Zeker en vast. Absoluut, zonder twijfel.
  • Wablief? Een beleefde vraag om herhaling, te vergelijken met pardon.

Wie deze verschillen kent, raakt minder in de war als een gesprek anders klinkt dan de les. Meer over de klanken staat bij uitspraak en klanken.