Klok kijken hoort bij de eerste lessen Nederlands, en toch blijft het lang een struikelblok. Vooral het woord half zorgt voor misverstanden, zeker bij wie Engels of Duits als referentie heeft.
De hele en de halve uren
Op het hele uur is het eenvoudig: het is drie uur, het is negen uur. Het woordje uur staat altijd achter het getal. Op het halve uur wordt het lastiger. In het Nederlands wordt de halve tijd geteld naar het volgende uur toe. Half vier betekent dus 3.30 uur, niet 4.30 uur. Wie Engels spreekt, zegt half past three; in het Nederlands is de gedachte: het is half op weg naar vier.
Kwart over en kwart voor
Het kwartier werkt zoals in veel andere talen. Kwart over drie is 3.15 uur, kwart voor vier is 3.45 uur. Voor de minuten ertussen worden twee ankerpunten gebruikt: het hele uur en het halve uur.
| Klok | Gesproken |
|---|---|
| 3.05 | vijf over drie |
| 3.10 | tien over drie |
| 3.15 | kwart over drie |
| 3.20 | tien voor half vier (of twintig over drie) |
| 3.25 | vijf voor half vier |
| 3.30 | half vier |
| 3.35 | vijf over half vier |
| 3.40 | tien over half vier (of twintig voor vier) |
| 3.45 | kwart voor vier |
| 3.50 | tien voor vier |
| 3.55 | vijf voor vier |
Rond het halve uur is het dus opletten: vijf voor half vier is 3.25 uur, vijf over half vier is 3.35 uur. De vormen met twintig over en twintig voor komen in Vlaanderen ook veel voor en zijn voor beginners vaak makkelijker.
De 24-uursnotatie
Op papier en in dienstregelingen wordt in Belgiƫ de 24-uursnotatie gebruikt: de tram vertrekt om 15.35 uur, de winkel sluit om 18 uur. In gesprek hoort men die notatie ook, vooral bij afspraken: de les begint om negentien uur. In informele gesprekken wordt meestal de 12-uursklok gebruikt, met een aanduiding van het dagdeel.
Dagdelen, ook op zijn Vlaams
Woorden bij de dag
- 's ochtends, 's morgens
- in de ochtend
- de voormiddag
- in Vlaanderen: het deel van de dag voor de middag
- 's middags
- rond de middag, ongeveer 12 tot 14 uur
- de namiddag
- in Vlaanderen: het deel van de dag na de middag
- 's avonds
- in de avond
- 's nachts
- in de nacht
- overmorgen
- de dag na morgen
- eergisteren
- de dag voor gisteren
Voormiddag en namiddag zijn typisch Belgisch Nederlands. Een afspraak "dinsdagvoormiddag om tien uur" is in Antwerpen volkomen gewoon. Meer over zulke verschillen staat bij Belgisch Nederlands.
Vragen naar de tijd
- Hoe laat is het?
- Weet iemand hoe laat het is?
- Hoe laat begint de les?
- Om hoe laat vertrekt de tram naar het Centraal Station?
- Tot hoe laat is de bib open?
Let op het verschil tussen om en op: om drie uur (tijdstip), op maandag (dag), op 3 oktober (datum), in oktober (maand).
Een klok in huis als oefenmateriaal
Wie klok kijken in het Nederlands wil automatiseren, heeft baat bij een analoge klok in huis. Op een digitale display staat 15.25, en dat leest men snel als vijftien vijfentwintig. Een wijzerplaat dwingt om te denken in kwartieren en halve uren, precies zoals het Nederlands dat doet. Een gewoonte die in taallessen vaak wordt aangeraden: bij elke blik op de klok de tijd hardop zeggen, in een volledige zin.
Ook ritme helpt bij het leren van een taal. Een vaste oefentijd, elke dag op hetzelfde moment, maakt van studeren een gewoonte in plaats van een voornemen. Een analoge wekker op het bureau of naast het bed kan daarbij dienen als geheugensteun; bij Klokken.be is er een ruime keuze in analoge en digitale wekkers. Voor de woonkamer of de keuken is een wandklok met een duidelijke wijzerplaat handig, zoals de modellen op https://www.klokken.be/stijl/moderne-klok/. Hoe groter en duidelijker de cijfers, hoe makkelijker het is om bij het koken of opruimen even te oefenen: het is tien voor half zeven.
Oefening
Schrijf de tijden voluit: 8.15, 12.30, 16.40, 19.25, 21.55. De oplossingen: kwart over acht, half een, tien over half vijf of twintig voor vijf, vijf voor half acht, vijf voor tien.