De eerste weken in een nieuwe stad bestaan uit veel kleine gesprekken. Met een beperkte set zinnen komt een beginner al ver: bij de bakker, op de tram of bij de huisarts.
Bij de bakker en in de winkel
In Antwerpen is de bakker een vaste halte in de buurt. Het gesprek volgt een voorspelbaar patroon, en dat maakt het een ideale oefening.
Bij de bakker
- Een wit brood, gesneden, alstublieft.
- het brood laten snijden
- Een half bruin brood.
- een half brood
- Twee pistolets.
- kleine broodjes, typisch Belgisch
- Hoeveel is het?
- vragen naar de prijs
- Met de kaart, alstublieft.
- betalen met een bankkaart
- Dat is alles, merci.
- afsluiten
Let op: in Vlaanderen zegt men bij het geven van iets vaak alstublieft, en bij het bedanken merci of bedankt. Merci is in Vlaanderen gewone spreektaal.
Op de tram en de bus
De tram is in Antwerpen het belangrijkste openbaar vervoer, een deel van het net rijdt ondergronds als premetro. Nuttige vragen:
- Stopt deze tram aan het Centraal Station?
- Waar moet ik overstappen?
- Hoeveel haltes nog tot de Groenplaats?
- Is deze plaats vrij?
Meer over vervoer in de stad staat bij tram, fiets en te voet.
In de apotheek
In de apotheek
- het voorschrift
- het papier of digitale recept van de arts
- Ik heb iets nodig tegen hoofdpijn.
- vragen naar een middel
- Hoe vaak per dag?
- vragen naar de dosis
- voor of na het eten
- wanneer innemen
- de wachtdienst
- de apotheek die 's nachts of in het weekend open is
Bij de huisarts
Een afspraak bij de huisarts wordt vaak telefonisch of online gemaakt. Aan de telefoon helpt het om vooraf te noteren wat er gezegd moet worden: naam, geboortedatum, de klacht en sinds wanneer. Handige zinnen: "Ik wil graag een afspraak maken." "Ik heb sinds drie dagen koorts." "Kan het vandaag nog?" Wie het gesprek bij de arts lastig vindt, mag vragen om trager te spreken: "Kan het wat trager, alstublieft?"
In het districtshuis
De stad Antwerpen is verdeeld in districten, elk met een eigen districtshuis. Daar of via het stadsloket worden veel administratieve zaken geregeld, zoals een adreswijziging of een attest. Meer over de districten staat bij districten en wijken.
Administratie
- de identiteitskaart
- het identiteitsbewijs
- de adreswijziging
- een nieuw adres doorgeven
- het attest
- een officieel bewijs
- het rijksregisternummer
- het persoonlijke identificatienummer in Belgiƫ
- de afspraak
- een vast moment aan het loket
Op de markt
Antwerpen heeft in verschillende districten wekelijkse markten, en op zaterdag en zondag is er markt in het centrum. Op een markt wordt snel gepraat, maar de zinnen zijn kort en herhalen zich: "Een kilo appelen, alstublieft." "Mag het iets meer zijn?" "Nog iets anders?" Wie een paar keer naar dezelfde kraam gaat, merkt dat de verkoper vanzelf trager praat en dat er een klein gesprek ontstaat.
Een gesprek gaande houden
Een beginner hoeft niet alles te verstaan. Een paar strategieƫn houden een gesprek op gang:
- Herhaling vragen: Wablief? Kan dat nog eens?
- Controleren: Morgen om tien uur, klopt dat?
- Tijd winnen: Momentje, ik zoek het woord.
- Een woord omschrijven: het ding om ... mee te ...
Wie deze zinnen beheerst, merkt dat de meeste gesprekken lukken, ook met een beperkte woordenschat. De volgende stap is oefenen met meer variatie; zie oefenen buiten de les.