Kinderen leren Nederlands vooral op school. Voor ouders die zelf nog Nederlands leren, roept dat vragen op: hoe werkt de school, hoe verloopt het contact met de leerkracht en welke taal wordt thuis gesproken?
Onthaalonderwijs voor nieuwkomers
Kinderen en jongeren jonger dan 18 die nieuw zijn in Vlaanderen en nog geen Nederlands spreken, leren Nederlands in een Vlaamse basisschool of in het secundair onderwijs. In het secundair onderwijs gebeurt dat in het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers, beter bekend als OKAN. Daar krijgen jongeren een intensief taalbad en begeleiding om daarna in te stromen in een gewone klas die past bij hun leeftijd en interesses. In de basisschool krijgen jonge nieuwkomers meestal extra taalondersteuning binnen of naast de gewone klas.
Contact met de school
Scholen communiceren met ouders via brieven, een digitaal platform, een agenda of een oudercontact. Voor ouders die de taal nog leren, zijn een paar woorden meteen nuttig.
Woorden op school
- het oudercontact
- gesprek tussen ouders en leerkracht over het kind
- de agenda
- schrift waarin taken en berichten staan
- het rapport
- overzicht van de resultaten
- de klasleerkracht
- vaste leerkracht van de klas
- de zorgcoördinator
- persoon op school die extra ondersteuning regelt
- de toets
- kleine test in de klas
- het huiswerk
- taak voor thuis
- de uitstap
- activiteit buiten de school
Wie een brief niet begrijpt, vraagt dat best meteen aan de school. Veel scholen werken met pictogrammen, eenvoudige taal of een tolk bij belangrijke gesprekken. Het Agentschap Integratie en Inburgering en Atlas bieden sociaal tolken aan voor organisaties, zodat een school voor een belangrijk gesprek een tolk kan inschakelen.
Welke taal spreken ouders thuis
Een vraag die vaak terugkomt: moeten ouders thuis Nederlands spreken met hun kinderen? In het taalonderwijs is de gangbare raad dat ouders thuis de taal spreken die ze het best beheersen. Een kind dat een rijke moedertaal heeft, bouwt daar een tweede taal op verder. Nederlands leert het kind op school, bij vriendjes, in de jeugdbeweging en in de sportclub.
Dat betekent niet dat Nederlands thuis geen plaats heeft. Samen voorlezen uit een Nederlandstalig prentenboek, kinderprogramma's in het Nederlands bekijken of samen een boek uit de bib kiezen, brengt de taal het huis in zonder dat de moedertaal moet wijken. Voor ouders is het bovendien een goede oefening.
Vrije tijd als taalbad
Kinderen leren veel Nederlands buiten de schooluren: in de speeltuin, de jeugdbeweging, de muziekschool of de sportclub. Antwerpen heeft een groot aanbod aan jeugdwerk en sport in elk district. Voor ouders is dat tegelijk een kans om andere ouders te leren kennen en zelf te oefenen, bijvoorbeeld langs de lijn bij een voetbaltraining.
Ouders die zelf Nederlands leren
Veel ouders combineren een cursus met werk en een gezin. De CVO's in Antwerpen geven les overdag en 's avonds, zodat er meestal een formule is die aansluit bij de schooluren. Een overzicht staat bij waar Nederlands leren. Kinderen die al beter Nederlands spreken dan hun ouders, laten vaak graag zien wat ze kunnen. Samen oefenen werkt dan in twee richtingen.